| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Machine-industrie | 21% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 16% |
| Elektrotechn. en machine-industrie | 21% |
| Eet- en drinkgelegenheden | 3% |
| IT- en informatiedienstverlening | 53% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 336500, indicator NaturalLanguageGeneration_56.
Welke functies sluiten aan op ondersteuning bij tekstproductie?
Binnen Machine-industrie is ‘Natural language generation’ gemeten op 21 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: socialemediagegevens gebruiken op 22 procent en tekst analyseren voor contentonderzoek op 22 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een bruikbare eigen website op 97 procent. Tussen dat laatste percentage en 21 procent zitten 76 procentpunt. Voor ondersteuning bij tekstproductie volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een redacteur die een eerste versie aan de hand van een echte bron controleert?
De plaats van Machine-industrie tussen andere bedrijven
De vergelijking van Machine-industrie voor ‘Natural language generation’ bestrijkt 49 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Groothandel en handelsbemiddeling staat 16 procent en bij Elektrotechn. en machine-industrie 21 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 22 procent bij Elektrische en elektron. Industrie. Direct onder 21 procent staat 18 procent bij Verhuur van roerende goederen. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Elektrotechn. en machine-industrie. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Machine-industrie tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor een meertalige website bedraagt het verschil +38 procentpunt (74 procent tegenover 36 procent). Bij tekst analyseren voor contentonderzoek staan juist 22 procent en 22 procent dicht bij elkaar. Voor ondersteuning bij tekstproductie is het verschil +5 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Machine-industrie al werkt met socialemediagegevens gebruiken, vraag dan bij de intake hoe ‘Natural language generation’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Machine-industrie
Een mogelijke proefopdracht voor Machine-industrie begint met een machineonderdeel buiten de installatie. De hoofdpersoon in de briefing is een inkoper die een vervanging wil specificeren. Voor ondersteuning bij tekstproductie krijgt de maker een tweeluik: eerst de bevestigingspunten van het losse onderdeel, daarna een schaalreferentie naast de aansluitzijde. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een redacteur die een eerste versie aan de hand van een echte bron controleert concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak de onderliggende bron voor iedere specifieke bewering terugvindbaar. Als de tester bij een machineonderdeel buiten de installatie blijft hangen door een goedlopende formulering waarvoor geen onderbouwing bestaat, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 21 procent voor natural language generation in Machine-industrie blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een inkoper die een vervanging wil specificeren in de testvariant eerst de bevestigingspunten van het losse onderdeel aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over socialemediagegevens gebruiken.




