| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Vervoer en opslag | 74% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 84% |
| Gespecialiseerde bouw | 74% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 383100, indicator SocialeMediaGebruikt_24.
Welke functies sluiten aan op sociale media als publicatiekanaal?
Binnen Vervoer en opslag is ‘Sociale media gebruikt’ gemeten op 74 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: publiceren op sociale netwerken op 72 procent en productbeschrijvingen en prijslijsten op 66 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een product online aanpassen op 3 procent. Tussen dat laatste percentage en 74 procent zitten 71 procentpunt. Voor sociale media als publicatiekanaal volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort?
De plaats van Vervoer en opslag tussen andere bedrijven
De vergelijking van Vervoer en opslag voor ‘Sociale media gebruikt’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Horeca staat 86 procent en bij Gespecialiseerde bouw 74 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 75 procent bij Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling. Binnen de getoonde groepen is er geen lager aandeel dan 74 procent. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Gespecialiseerde bouw, Gezondheidszorg. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Vervoer en opslag tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor beeld en video delen bedraagt het verschil -20 procentpunt (27 procent tegenover 47 procent). Bij een bestelling kunnen volgen staan juist 12 procent en 10 procent dicht bij elkaar. Voor sociale media als publicatiekanaal is het verschil -10 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Vervoer en opslag al werkt met publiceren op sociale netwerken, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale media gebruikt’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Vervoer en opslag
Een mogelijke proefopdracht voor Vervoer en opslag begint met de overdracht van een rolcontainer. De hoofdpersoon in de briefing is een ontvanger die een beschadigde zending direct wil herkennen. Voor sociale media als publicatiekanaal krijgt de maker een tweeluik: eerst de aansluiting tussen label en afleverbon met fictieve gegevens, daarna het controlepunt vóór de chauffeur vertrekt. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak een briefing waarin het bericht één concrete vraag beantwoordt. Als de tester bij de overdracht van een rolcontainer blijft hangen door een bericht dat om contact vraagt voordat het aanbod begrijpelijk is, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 74 procent voor sociale media gebruikt in Vervoer en opslag blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een ontvanger die een beschadigde zending direct wil herkennen in de testvariant eerst de aansluiting tussen label en afleverbon met fictieve gegevens aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over publiceren op sociale netwerken.




