| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Machine-industrie | 91% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 82% |
| Reclame, design, overige diensten | 91% |
| Vervoer en opslag | 72% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 336500, indicator SocialeNetwerkenBijvFacebook_25.
Welke functies sluiten aan op publiceren op sociale netwerken?
Binnen Machine-industrie is ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ gemeten op 91 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: sociale media als publicatiekanaal op 92 procent en een bruikbare eigen website op 97 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een website met platformfunctie op 3 procent. Tussen dat laatste percentage en 91 procent zitten 88 procentpunt. Voor publiceren op sociale netwerken volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet?
De plaats van Machine-industrie tussen andere bedrijven
De vergelijking van Machine-industrie voor ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Transportmiddelenindustrie staat 84 procent en bij Reclame, design, overige diensten 91 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 92 procent bij Architecten-, ingenieursbureaus e.d.. Direct onder 91 procent staat 89 procent bij Specialistische zakelijke diensten. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Reclame, design, overige diensten, Verhuur van roerende goederen. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Machine-industrie tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor een meertalige website bedraagt het verschil +38 procentpunt (74 procent tegenover 36 procent). Bij tekst analyseren voor contentonderzoek staan juist 22 procent en 22 procent dicht bij elkaar. Voor publiceren op sociale netwerken is het verschil +9 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Machine-industrie al werkt met sociale media als publicatiekanaal, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Machine-industrie
Een mogelijke proefopdracht voor Machine-industrie begint met een machineonderdeel buiten de installatie. De hoofdpersoon in de briefing is een inkoper die een vervanging wil specificeren. Voor publiceren op sociale netwerken krijgt de maker een tweeluik: eerst de bevestigingspunten van het losse onderdeel, daarna een schaalreferentie naast de aansluitzijde. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: controleer of beeld, bijschrift en afzender samen het onderwerp uitleggen. Als de tester bij een machineonderdeel buiten de installatie blijft hangen door een campagnezin die alleen op de profielpagina betekenis krijgt, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 91 procent voor sociale netwerken (bijv. facebook) in Machine-industrie blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een inkoper die een vervanging wil specificeren in de testvariant eerst de bevestigingspunten van het losse onderdeel aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over sociale media als publicatiekanaal.




