| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Banken | 78% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 82% |
| Hout-, papier-, grafische industr. | 78% |
| Vervoer en opslag | 72% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 900016, indicator SocialeNetwerkenBijvFacebook_25.
Welke functies sluiten aan op publiceren op sociale netwerken?
Binnen Banken is ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ gemeten op 78 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: sociale media als publicatiekanaal op 78 procent en productbeschrijvingen en prijslijsten op 71 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een product online aanpassen op 9 procent. Tussen dat laatste percentage en 78 procent zitten 69 procentpunt. Voor publiceren op sociale netwerken volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet?
De plaats van Banken tussen andere bedrijven
De vergelijking van Banken voor ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Financiële dienstverlening staat 85 procent en bij Hout-, papier-, grafische industr. 78 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 79 procent bij Detailhandel (niet in auto's). Direct onder 78 procent staat 77 procent bij Overige zakelijke dienstverlening. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Hout-, papier-, grafische industr., Kunststof- en bouwmateriaalindustr, Overige zakelijke dienstverlening. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Banken tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor beeld en video delen bedraagt het verschil -19 procentpunt (28 procent tegenover 47 procent). Bij een bruikbare eigen website staan juist 93 procent en 92 procent dicht bij elkaar. Voor publiceren op sociale netwerken is het verschil -4 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Banken al werkt met sociale media als publicatiekanaal, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Banken
Een mogelijke proefopdracht voor Banken begint met een fictief overzicht van betaalbewegingen. De hoofdpersoon in de briefing is een zakelijke gebruiker die betalingen uit elkaar wil houden. Voor publiceren op sociale netwerken krijgt de maker een tweeluik: eerst de omschrijving naast een gesimuleerde transactie, daarna de plek waar het bijbehorende bewijs kan worden gevonden. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: controleer of beeld, bijschrift en afzender samen het onderwerp uitleggen. Als de tester bij een fictief overzicht van betaalbewegingen blijft hangen door een campagnezin die alleen op de profielpagina betekenis krijgt, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 78 procent voor sociale netwerken (bijv. facebook) in Banken blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een zakelijke gebruiker die betalingen uit elkaar wil houden in de testvariant eerst de omschrijving naast een gesimuleerde transactie aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over sociale media als publicatiekanaal.




